19 juli 2014

Oude klap nieuwe wieken

In een jungle van twijfel en wouden vol liefde
Knijpen we in onze handen………. we zijn er nog
Nieuwe stappen op oude getreden paden
Don Quichotte verworden wij in sommige dagen
Nieuwe wieken oude molens die onze tred vertragen

Steen

De steen in dit kwatrijn opgetild uit de stroom
Veranderde de gang van het water
De rivier door ons bevaren zonder schroom
Veranderde voorgoed het nu in het later

Vergulde eenzaamheid

kijk dit ben ik, kijk daar ga ik dan.
Zul je mij nog zien door de spleten van je ogen
Ik oplopend naar de zon, jij mij het nakijken.

Kijk hier ben ik dan, met mijn pot vol goud,
Kijk daar vandaan kwam ik dan
niets teveel gezegd geen woord gelogen.

Kijk je naar mij, hier ben ik dan met mijn hoofd in de regenboog.
Mijn zelf verzonnen geluk.
Zul je me nog zien door de spleten van je ogen als ik aan de hemel prijk.

Mij ik jij en wij

Laat ons zijn wie wij zijn
Wij zijn niet ik en ik zijn niet wij.
Wij zijn ook niet mijzelf.
Waar mijzelf in het gedrang komt zijn ook vaak wij.
Wij zijn zelden onszelf.

Laat ons zijn wie we zijn.

Goudsbloem

Het jouw zelf geschonken sieraad
Tijdelijk verstoken van haar glans
Meerdere malen meer dan gewichtig goud
Vraagt leven jouw ten dans
Zwaaiend zwierend zoekend tot dageraad
Vind je dat weer waar je van houd
Kom je weer tot bloei in ochtendgloren
Jij goudsbloem verliest nimmer je glans