Gelaten verteer ik de laatste minuut
van een mijn zeldzame heldere momenten.
De mijzelf opgelegde alertheid ten spijt.
Geef ik een plaatsje toe in de rij voor het loket.
Stilte is mijn broeder gedwee mijn verzet.
Zwijgzame bode van de tijd graag een kaartje voor de reis.
Wijs mij het bijster spoor de wissel van de tijd.
Gezeteld met mijn kaartje ter hand.
Wachtend op het punt van vertrek.
Val ik terug……. stilaan in de roes van mijn bestaan
12 februari 2012
Voel mij eenzaam zonder mijn ik
Ach nu en dan laat mijn geheugen mij in de steek
Weet ik niet meer wat ik zojuist even dacht
Waar ik gewoonlijk mijn tong over breek.
Stottert dan plotsklaps uit mijn mond, geheel onverwacht.
Ach mijn liefste ik, het was niet zo bedoeld.
Het waren niet mijn gedachten die mijn spraak volbracht
Maar enkel een misstap van mijn zijn.
Geheel onbedoeld, geheel onverwacht.
Ach nu en dan laat ik mijzelf in de steek.
Weet ik niet meer wat ik zojuist voelde.
Als ik de lijn met mijzelf verbreek.
Val ik stil en verzink in gedachten
Ach mijn liefste ik, voel mij zo eenzaam zonder mij
Op zoek naar een beginpunt graaf ik in mijn gedachten
Om weer te voelen wat ik voel, te zeggen wat ik te zeggen heb.
Blijf bij me totdat weer opnieuw de lijn breekt.
Ach mijn liefste ik, voel mij zo eenzaam zonder mij
29-04-2003( herschreven in 2010)
Weet ik niet meer wat ik zojuist even dacht
Waar ik gewoonlijk mijn tong over breek.
Stottert dan plotsklaps uit mijn mond, geheel onverwacht.
Ach mijn liefste ik, het was niet zo bedoeld.
Het waren niet mijn gedachten die mijn spraak volbracht
Maar enkel een misstap van mijn zijn.
Geheel onbedoeld, geheel onverwacht.
Ach nu en dan laat ik mijzelf in de steek.
Weet ik niet meer wat ik zojuist voelde.
Als ik de lijn met mijzelf verbreek.
Val ik stil en verzink in gedachten
Ach mijn liefste ik, voel mij zo eenzaam zonder mij
Op zoek naar een beginpunt graaf ik in mijn gedachten
Om weer te voelen wat ik voel, te zeggen wat ik te zeggen heb.
Blijf bij me totdat weer opnieuw de lijn breekt.
Ach mijn liefste ik, voel mij zo eenzaam zonder mij
29-04-2003( herschreven in 2010)
Angst
Zou je denken dat het goed komt
alles weer op zijn plaats
het tikken van de klok weer zachtjes op de achtergrond
terwijl mijn gedachten vervagen en ik weer de werkelijkheid herken
het verschil weer ken tussen avond en morgenstond
diep in mijn binnenste roep ik nog om hulp, wie weet waar ik ben
verzonken in gedachten strompel ik naar de deur
kijk door de nauwte van het sleutelgat de wijde wereld in
moedig zijn kan altijd nog, morgen maar weer eens proberen?
de wereld begroeten, mijn lichaam stuwend door de deur
de drempel van mijn bestaan over, bedenk ik mij vast weer
terug naar binnen gaat alles weer beter
alles weer op zijn plaats
Het tikken van de klok weer zachtjes op de achtergrond
alles weer op zijn plaats
het tikken van de klok weer zachtjes op de achtergrond
terwijl mijn gedachten vervagen en ik weer de werkelijkheid herken
het verschil weer ken tussen avond en morgenstond
diep in mijn binnenste roep ik nog om hulp, wie weet waar ik ben
verzonken in gedachten strompel ik naar de deur
kijk door de nauwte van het sleutelgat de wijde wereld in
moedig zijn kan altijd nog, morgen maar weer eens proberen?
de wereld begroeten, mijn lichaam stuwend door de deur
de drempel van mijn bestaan over, bedenk ik mij vast weer
terug naar binnen gaat alles weer beter
alles weer op zijn plaats
Het tikken van de klok weer zachtjes op de achtergrond
11 februari 2012
Mijn onbekende lief
Stil zit ik tegenover je te wachten op een teken.
Stil hoop ik op een blik van jou.
Hoopvol probeer ik je aandacht te trekken.
Fantaserend stel ik je voor als mijn lief.
Omsloten door mijn affectie zit je daar te stralen.
Te groeien in mijn hart, mijn lief, mijn onbekende lief.
Je spreekt niet, niet met je ogen niet met je hart.
Bij de volgende bocht neem ik mij voor je aan te spreken.
Om mijn bewondering te tonen, voor jou mijn onbekende lief.
De naderende bocht doet mij beseffen dat mijn liefde niet de jouwe zou kunnen zijn.
Bevangen door twijfel kijk ik naar buiten.
Jouw hand reikt mijn richting, om het teken te geven.
Met teleurstelling zie ik je het knopje boven mij indrukken om de naderende halte als je bestemming te bestempelen.
Bij het opstaan gun je mij eindelijk je laatste blik en ik, ik geef geen kik.
Stil hoop ik op een blik van jou.
Hoopvol probeer ik je aandacht te trekken.
Fantaserend stel ik je voor als mijn lief.
Omsloten door mijn affectie zit je daar te stralen.
Te groeien in mijn hart, mijn lief, mijn onbekende lief.
Je spreekt niet, niet met je ogen niet met je hart.
Bij de volgende bocht neem ik mij voor je aan te spreken.
Om mijn bewondering te tonen, voor jou mijn onbekende lief.
De naderende bocht doet mij beseffen dat mijn liefde niet de jouwe zou kunnen zijn.
Bevangen door twijfel kijk ik naar buiten.
Jouw hand reikt mijn richting, om het teken te geven.
Met teleurstelling zie ik je het knopje boven mij indrukken om de naderende halte als je bestemming te bestempelen.
Bij het opstaan gun je mij eindelijk je laatste blik en ik, ik geef geen kik.
10 februari 2012
Sterren Slikker
Genoeglijk slik ik de zojuist opgezogen sterren uit de hemel door
Ze branden in mijn keel zoals een verloren liefde in je hart brandt
Nog even doorzetten, nog een keer flink slikken dan is het voorbij
De maan laat zich niet zomaar verorberen als een gevallen appel
Ik de boom die weer een storm trotseer wortels herziet
De grond verkent op zoek naar nieuw voedsel
Daar sta ik dan met doorgeslikte sterren, brandend in mijn strot
De adem die stokt juist op het moment dat ik mij erin verslik
De uitgespuugde maan laat een spoor licht na op haar weg terug
Ik laat haar gaan zoals mijn verloren liefdes die alsmaar aan mijn ziel vreten
Later als zij weer straalt, zal ik wederkerig naar haar huilen
Nu veeg ik gelaten tranen van mijn lippen het zout uit mijn wond
Huilen naar de maan
Daar in het zwart van de hemel zweeft zij
Het volle licht prikt mijn ogen laat tranen vloeien
Opgevangen in mijn hand bekijk ik de dragers van het altijd aandringende verdriet
Als de dagen moeilijk zijn de nachten kort en roerig
Als het denken als een branding op je geheugenstrand bonkt
Het hoofd maar net boven water blijft en het zout mijn wonden tart
Mag ik huilen naar de maan, zij is onbereikbaar zal me niet afrekenen op mijn verdriet
De moeite die de dag als een zware last laat voelen de voeten in het natte zand als een wortel geschoten boom die nimmer wijken zal
Verworden tot boom met stevige stam met een zijde in de luwte en de andere in de storm
Trotseer ik alle stormen in mijn geest.
Mag ik huilen naar de maan als een wolf met wuivende pels deinend in de wind
naarstig op zoek naar zijn pack
8 februari 2012
Dichten
Hier vallen de woorden mij te binnen.
Wat mij bezielt wat mij drijft.
Uit mijn hart gedreven.
Uit mijn tenen gehaald.
Ballen de woorden samen tot zinnen.
Hier staan ze geschreven.
De taal van mijn bezinning.
Zonder reden in rijm.
Nog niet uitgesproken.
Niet in spreektaal bedreven.
Brachten ze mij in zwijm.
Wat mij bezielt wat mij drijft.
Uit mijn hart gedreven.
Uit mijn tenen gehaald.
Ballen de woorden samen tot zinnen.
Hier staan ze geschreven.
De taal van mijn bezinning.
Zonder reden in rijm.
Nog niet uitgesproken.
Niet in spreektaal bedreven.
Brachten ze mij in zwijm.
Abonneren op:
Reacties (Atom)