18 augustus 2014

Mentaalmoeheid

Met dichtgeknepen ogen aanschouwend de vergankelijkheid van de dag.
Trachtend het denken te vermijden zodat het hart niet verloren raakte in het hoofd.
Is het de werkelijke zon die schijnt…………….. een hersenspinsel wellicht.
Tolde het hoofd als de aarde een baan om de zon…. sneller dan het licht.
Het is de overtuiging van de wereld….die is van slag

Enkel een onwerkelijke gedachten die naar waarheid gevormd lijkt te worden
Een kleine seconde als onderdeel van het grote denken
Waar is hij gebleven de denkende man die begin met eind verbind
Zoekend in gedachten verboog hij de steunbalken van het geestelijk labyrint.

Immer zoekende naar het bijster spoor dat bij wissel een nieuwe bestemming vormden
Kreunde het geraamte van de geest door alsmaar stuwende denkende golven van onvermogen.
Het denken………. in strijd met het blijvend zijn.
Bezweek het geestelijk labyrint onder moeheid van het mentaal

Duizend stukjes

Een ongelukkig moment als een wolkje regen
Als een druppel tranen die verpletterd door eigen verdriet.
Opgezogen wordt door de droge losse grond
In stilte de ruimte tussen de korrels zand vult
 
Was het niet de woestijn die vroeg om water geluk en vruchtbaarheid
De zon tergend langzaam met haar antwoord de wolken negerend.
Sprak met felheid……… niet mijn stralen drogen je uit
Maar jijzelf verdort door afwezigheid van samenhang
 
Als los zand vervoeg je je bij mij en vraagt mij om het waarom
Zoek het antwoord in elke zandkorrel die de andere niet kent
Zichzelf alleenheerser waant en geen hiƫrarchie erkent.
 
Het zoekende pad is heilloos daar het..alles.. er al is
Niet wetend wat er was verloor het verleden zijn gezicht
Nu vandaag     woestijn    vergaar je korrels
Eerst dan zul je het geluk vinden in duizend stukjes.

19 juli 2014

Oude klap nieuwe wieken

In een jungle van twijfel en wouden vol liefde
Knijpen we in onze handen………. we zijn er nog
Nieuwe stappen op oude getreden paden
Don Quichotte verworden wij in sommige dagen
Nieuwe wieken oude molens die onze tred vertragen

Steen

De steen in dit kwatrijn opgetild uit de stroom
Veranderde de gang van het water
De rivier door ons bevaren zonder schroom
Veranderde voorgoed het nu in het later

Vergulde eenzaamheid

kijk dit ben ik, kijk daar ga ik dan.
Zul je mij nog zien door de spleten van je ogen
Ik oplopend naar de zon, jij mij het nakijken.

Kijk hier ben ik dan, met mijn pot vol goud,
Kijk daar vandaan kwam ik dan
niets teveel gezegd geen woord gelogen.

Kijk je naar mij, hier ben ik dan met mijn hoofd in de regenboog.
Mijn zelf verzonnen geluk.
Zul je me nog zien door de spleten van je ogen als ik aan de hemel prijk.

Mij ik jij en wij

Laat ons zijn wie wij zijn
Wij zijn niet ik en ik zijn niet wij.
Wij zijn ook niet mijzelf.
Waar mijzelf in het gedrang komt zijn ook vaak wij.
Wij zijn zelden onszelf.

Laat ons zijn wie we zijn.

Goudsbloem

Het jouw zelf geschonken sieraad
Tijdelijk verstoken van haar glans
Meerdere malen meer dan gewichtig goud
Vraagt leven jouw ten dans
Zwaaiend zwierend zoekend tot dageraad
Vind je dat weer waar je van houd
Kom je weer tot bloei in ochtendgloren
Jij goudsbloem verliest nimmer je glans

24 oktober 2013

Mooiste Verliezers

De mooiste verliezers
De mooiste verliezers wachten in tranen op wat komen gaat
Zomers geleden wisten ze het al
Nooit was verliezen zo mooi……… in een moment gevangen.
Maar wij….. Wij bleven hier…… terwijl jullie daar de overwinning op het leven vierde
Nooit zullen we weten hoe zoet of zuur die overwinning is totdat ook wij
De mooiste verliezers zijn.

23 augustus 2012

Dansen van geluk


Het blijft maar dansen in mijn hoofd
Die gedachte aan het grote geluk
Mijn hart vervuld, mijn zintuigen verdoofd

Op de maat van het leven dans ik met geluk
Pas voor pas, stap voor stap, het ritme van de tijd
Vol overgave aanvaard ik mijn liefde voor het geluk

Het blijft maar dansen in mijn hart
Die passie voor geluk
Mijn verstand voorbij……….ongetwijfeld zeker van mijn zaak

Met glooiende gang zwieren we tezamen
Het lot aanvaard kijken we zwijgen we naar elkaar
Niets valt te zeggen……….alles te voelen

Het blijft maar spoken in mijn hoofd
Waarom dit alles niet eerder
In een dans samen kwam

Dan nu de stappen gezet, de passen gemaakt
Voor een mooie dans
Sierlijk....waardig, alleen met geluk

Geloof der mensheid

In mijn door de goden verlaten hart
Heerst het geloof in jou..........mensheid
Raakt mijn ziel
In mijn door de tijd getergde geest heerst rust
Laat me helder denken

Steunend op jouw liefde beleef ik mijn verdriet
Treur ik om het verleden lach om het heden
Verlangend naar een toekomst met jou..........mensheid.
Versplinter ik mijn wantrouw
Wacht ik op het afscheid van het verleden

12 februari 2012

Roes

Gelaten verteer ik de laatste minuut
van een mijn zeldzame heldere momenten.
De mijzelf opgelegde alertheid ten spijt.
Geef ik een plaatsje toe in de rij voor het loket.

Stilte is mijn broeder gedwee mijn verzet.
Zwijgzame bode van de tijd graag een kaartje voor de reis.
Wijs mij het bijster spoor de wissel van de tijd.

Gezeteld met mijn kaartje ter hand.
Wachtend op het punt van vertrek.
Val ik terug……. stilaan in de roes van mijn bestaan

Voel mij eenzaam zonder mijn ik

Ach nu en dan laat mijn geheugen mij in de steek
Weet ik niet meer wat ik zojuist even dacht
Waar ik gewoonlijk mijn tong over breek.
Stottert dan plotsklaps uit mijn mond, geheel onverwacht.
Ach mijn liefste ik, het was niet zo bedoeld.
Het waren niet mijn gedachten die mijn spraak volbracht
Maar enkel een misstap van mijn zijn.
Geheel onbedoeld, geheel onverwacht.

Ach nu en dan laat ik mijzelf in de steek.
Weet ik niet meer wat ik zojuist voelde.
Als ik de lijn met mijzelf verbreek.
Val ik stil en verzink in gedachten

Ach mijn liefste ik, voel mij zo eenzaam zonder mij
Op zoek naar een beginpunt graaf ik in mijn gedachten
Om weer te voelen wat ik voel, te zeggen wat ik te zeggen heb.
Blijf bij me totdat weer opnieuw de lijn breekt.
Ach mijn liefste ik, voel mij zo eenzaam zonder mij

29-04-2003( herschreven in 2010)

Angst

Zou je denken dat het goed komt
alles weer op zijn plaats
het tikken van de klok weer zachtjes op de achtergrond
terwijl mijn gedachten vervagen en ik weer de werkelijkheid herken
het verschil weer ken tussen avond en morgenstond
diep in mijn binnenste roep ik nog om hulp, wie weet waar ik ben
verzonken in gedachten strompel ik naar de deur

kijk door de nauwte van het sleutelgat de wijde wereld in
moedig zijn kan altijd nog, morgen maar weer eens proberen?
de wereld begroeten, mijn lichaam stuwend door de deur
de drempel van mijn  bestaan over, bedenk ik mij vast weer
terug naar binnen gaat alles weer beter
alles weer op zijn plaats
Het tikken van de klok weer zachtjes op de achtergrond

11 februari 2012

Mijn onbekende lief

Stil zit ik tegenover je te wachten op een teken.
Stil hoop ik op een blik van jou.
Hoopvol probeer ik je aandacht te trekken.
Fantaserend stel ik je voor als mijn lief.

Omsloten door mijn affectie zit je daar te stralen.
Te groeien in mijn hart, mijn lief, mijn onbekende lief.
Je spreekt niet, niet met je ogen niet met je hart.

Bij de volgende bocht neem ik mij voor je aan te spreken.
Om mijn bewondering te tonen, voor jou mijn onbekende lief.
De naderende bocht doet mij beseffen dat mijn liefde niet de jouwe zou kunnen zijn.

Bevangen door twijfel kijk ik naar buiten.
Jouw hand reikt mijn richting, om het teken te geven.
Met teleurstelling zie ik je het knopje boven mij indrukken om de naderende halte als je bestemming te bestempelen.
Bij het opstaan gun je mij eindelijk je laatste blik en ik, ik geef geen kik.

10 februari 2012

Sterren Slikker

Genoeglijk slik ik de zojuist opgezogen sterren uit de hemel door
Ze branden in mijn keel zoals een verloren liefde in je hart brandt
Nog even doorzetten, nog een keer flink slikken dan is het voorbij
De maan laat zich niet zomaar verorberen als een gevallen appel

Ik de boom die weer een storm trotseer wortels herziet
De grond verkent op zoek naar nieuw voedsel
Daar sta ik dan met doorgeslikte sterren, brandend in mijn strot
De adem die stokt juist op het moment dat ik mij erin verslik

De uitgespuugde maan laat een spoor licht na op haar weg terug
Ik laat haar gaan zoals mijn verloren liefdes die alsmaar aan mijn ziel vreten
Later als zij weer straalt, zal ik wederkerig naar haar huilen
Nu veeg ik gelaten tranen van mijn lippen het zout uit mijn wond

Huilen naar de maan

Daar in het zwart van de hemel zweeft zij
Het volle licht prikt mijn ogen laat tranen vloeien
Opgevangen in mijn hand bekijk ik de dragers van het altijd aandringende verdriet
Als de dagen moeilijk zijn de nachten kort en roerig
Als het denken als een branding op je geheugenstrand bonkt
Het hoofd maar net boven water blijft en het zout mijn wonden tart

Mag ik huilen naar de maan, zij is onbereikbaar zal me niet afrekenen op mijn verdriet
De moeite die de dag als een zware last laat voelen de voeten in het natte zand als een wortel geschoten boom die nimmer wijken zal
Verworden tot boom met stevige stam met een zijde in de luwte en de andere in de storm
Trotseer ik alle stormen in mijn geest.
Mag ik huilen naar de maan als een wolf met wuivende pels deinend in de wind
naarstig op zoek naar zijn pack

8 februari 2012

Dichten

Hier vallen de woorden mij te binnen.
Wat mij bezielt wat mij drijft.
Uit mijn hart gedreven.
Uit mijn tenen gehaald.
Ballen de woorden samen tot zinnen.

Hier staan ze geschreven.
De taal van mijn bezinning.
Zonder reden in rijm.
Nog niet uitgesproken.
Niet in spreektaal bedreven.
Brachten ze mij in zwijm.